huuronzecamper.com

Ultieme vrijheid, lekker genieten.

2017 – België, Frankrijk, Spanje

Kerkwijk, 02-09-2017

Met heel voorplezier uitgekeken naar onze campervakantie 2017. In eerdere vakanties hebben we Zuid-, West- en Noord Spanje en Portugal bezocht; nu was het oosten van Spanje aan de beurt. De drukte langs de costa’s trekt ons niet, dus dan via een andere weg naar het zuiden.

Eindelijk was het zover en hebben we de eerste dag een flink eind gereden naar Saran (CP). De plaatselijke camperplaats is leuk gesitueerd bij een visvijver, een speeltuin en met de nodige wandelmogelijkheden. Voor ons als overnachtingsplaats meer dan geschikt.

Dat gold ook voor St Paul les Dax (CP), waar we een dag later naartoe gereden zijn. Een mooi kuuroord aan het water en op de bedevaartsroute naar Santiago de Compostella. Ons viel bij aankomst in de nacht vooral de neon lichten op van de casinos en hotels aan het water. De eerste camperplaats in het bos was vol en dus uitgeweken naar de tweede bij de begraafplaats. Een prima en rustige plaats om te overnachten.

Na de volgende dag inkopen te hebben gedaan, doorgereden naar een camperplaats waar we al eerder zijn geweest bij het meer van Saint-Pardoux (CP). Dankzij dat de grote drukte, stonden we op de eerste rang langs de weg voorzien van diverse parkeerverboden en met uitzicht op het meer en het ervoorliggende grasveld. Een schitterende locatie met strand en zwemwater voor de kids en diverse evenementen, waarbij de avondstilte wreed werd verstoord door een openlucht filmvoorstelling.

De drie opvolgende nachten stonden we midden in de Pyreneën op de camperplaats in Accous (CP). In vergelijking met 2013 toen men pas was opgestart was het al een stuk drukker; het type mensen is gelukkig van het type rustzoeker; de enige verstoring van kwam van een aantal forse onweersbuien in de nachten; een bijzonder schouwspel wanneer het onweer zich lager in het dal bevindt en de lichtflitsen met hoge frequentie de omgeving verlichten. Een zware regen maakte het geheel compleet en passen ons inziens bij ons weerbeeld van de Franse kant van de bergketen. Omdat de camperplaats hoog ligt koelt het in de nacht fors af en moesten we met de schemer al naar binnen. Overdag kan het heerlijk opwarmen en is het uitzicht bij helder weer schitterend. Het dal wordt intensief begraasd wat inhoud dat per dag hele stoeten koeien, schapen en zelfs ezels met het nodige gebel langs de afrastering van de camperplaats marcheren. Een en ander houdt ook in dat een wandeling vaak zigzaggend tussen vlaaien, plakken en modderpoelen wordt gedaan; wat onze jongste dochter op een zwarte voet kwam te staan. Van een Engelse kampeerder die door Frankrijk trok hielden we het woord becastled over, wat zoveel inhoud als kasteelmoeheid.

Na enkele dagen werd de weersvoorspelling echt nat en vonden we het weer hoog tijd om de zon op te gaan zoeken. Als een deja vu was het weerbeeld en de omgeving 180 graden anders toen we de tunnel van Somport uitkwamen. Dit was Spanje zoals we het kennen; relatief droog, zonnig en minimaal 10 graden warmer. Jaca is de eerste grotere stad die we tegenkwamen en hier werden de nodige inkopen gedaan bij de Mercadona, naast de Lidl een voordelige Spaanse supermarktketen.

De Rio Ebro ziet er door zijn meanderende vorm aantrekkelijk uit vanaf de maan en hier hebben we vanaf Zaragoza een tijd langsgereden. De rivier blijkt geliefd voor allerlei soorten industrie en veel plaatsen om bij de rivier te komen zijn er niet totdat we bij Escatron kwamen. De “officiele” camperplaats ligt bij het watersportgebouw annex bar annex hotel, maar bij een wandeling kwamen we al snel bij het Monasterio de Rueda aan de overkant uit (VP). Een voormalig klooster, wat het als hotel niet heeft gered en nu al enkele jaren door de lokale overheid wordt opgeknapt, heeft een groot terrein met een schitterend uitzicht, waar we ongestoord van konden genieten –en overnachten.

We besloten niet door te rijden naar de kust maar weer naar het zuiden af te buigen en op Teruel aan te koersen. Een mooie stad met de nodige architectuur en alerte boa’s. Gelukkig waren ze net langsgeweest toen we parkeerden en zaten we net weer in de camper toen ze weer langskwamen; zo maakten we kennis met het cryptische Spaanse parkeerbeleid en bespaarden we €60,00.

We besloten door het heuvellandschap door te rijden naar Bernageber, een mooi dorpje boven aan een stuwdam. De route ernaartoe zou schitterend moeten zijn, helaas was het donker en zagen we alleen het vervolg op de dag erna. Bernagéber (CP) heeft een van de meestgeprezen camperplaatsen waar letterlijk alles variërend van BBQ gelegenheid tot douche en water/wc kostenloos is geregeld. s’Ochtends was het al snel lekker warm en moesten we gelijk wennen aan twee typische Spaanse middenstandeigenaardigheden. In tegenstelling tot Frankrijk waar elk dorp voorzien is van diverse bakkers, moet je het in Spanje doen met een lokale kruidenier waar van letterlijk van alles te koop is. Deze gaat ook nog eens niet voor 9.00 uur open, een tijdstip waar we ons slaapritme in de rest van de reis graag aan aanpasten. Vergeet gelijk ook de croissants, broodjes en koeken; met een baguette zul je het meestal moeten doen.

De dag erna een zeer mooie route van Bernagéber naar Cofrentes gereden over diverse passen, stuwdammen en langs massieve rotsformaties. Opvallend was dat zelfs in de meest afgelegen streken de bordjes Coto de Caza Privado staan; op een of andere manier is men erg gehecht aan het privé terrein of heeft dit mogelijk te maken met een legale kwestie rondom het jagen. Cofrentes is een rustiek stadje in de bergen, waar we ons lieten verwennen met tapas in het enige restaurant dat er leek te zijn. We verbaasden ons dat inmiddels zoveel mensen –vaak overigens wel de jongeren- de Engelse taal machtig zijn. Dit was in 2013 wel anders. Een camperplaats was er niet, dus zijn we ergens langs de weg gaan overnachten onder een pikdonkere, maar met sterren bezaaide, hemel (VP).

De zon wekte ons weer halverwege de ochtend –groot voordeel dat je alles in de camper zo goed kunt verduisteren- en na een ontbijtje met uitzicht over Cofrentes en de nabijgelegen nucleaire centrale vertrokken met Embalse de Negratin op de navigatie. Daar kwam echter weer wat tussen, want terwijl we naar het zuiden reden, zagen we op Tripadvisor Salto del Usero in Bullas. Dit is een zeer geliefde zwemplek in de Rio Mula, een smalle bergrivier die plaatselijk erg diep is en waaghalzen uitnodigt om van grote hoogte naar beneden te plonzen. Na verloop van tijd durfden zelfs onze kids al een gedurfde sprong in het frisse nat. Anderen deden dat na van illegale hoogtes van wel 20 meter.

Overnachten was er helaas niet toegestaan en dus na het avondeten maar weer in de camper geklommen voor een laatste etappe van die dag naar Puebla de Don Fadrique (CP). Dit is een camperplaats in een stadje voor welzeker 2(!) campers, die uiteraard al bezet waren. We zijn toch blijven staan, maar mochten tot 2 uur ’s-nachts geanimeerd door een luidruchtig plaatselijk optreden, ergens in het stadje. In de ochtend met wallen onder de ogen ontbeten en water ingenomen in de plaatselijke supermarkt.

Voor het weekend was onze keuze gevallen op de natuurcamping Sierra Maria (CMP) bij het gelijknamige dorpje. Wat een verademing om de hele dag verwent te worden door de zwaarzoete aroma van naaldbomen; een heerlijk groot en diep zoutwaterzwembad en een ruime plek op de camping. Al deze ingrediënten zorgden dat zelfs drukdoende Spanjaarden geen wanklank in ons verblijf konden brengen. Dit hielden we prima een weekend en langer uit maar omdat we nog meer van Spanje wilden zien, toch maandag na de middag maar weer vertrokken.

Salobreña stond nu in het scherm als eindpunt; echter zoals wel vaker werd dit niet gehaald. We kwamen zo dicht langs Embalse de Negratin, dat we er wel even moesten gaan kijken. Een schitterend stuwmeer waarvan de slechts een fractie konden zien, ontvouwde zich voor ons toen we boven op de stuwdam gekomen waren. Even verder was een bedrijfje actief met de verhuur van waterfietsen, kano’s etc en aangezien aanbod vraag creëert, konden we dit niet laten lopen en lagen we al snel gestrekt in het water vanaf de glijbaan op de waterfiets. Het naar het zich liet aanzien heldere water was helaas niet geschikt om in te snorkelen; het zicht was nauwelijks beter dan de Grevelingen en dan is de pret voor ons snel voorbij. Die nacht hebben we de camper geparkeerd naast een leegstaand restaurant met een 180 graden uitzicht over het meer; werkelijk waar adembenemend dat dit soort plekken bestaan en dat je hier als camperaar -gratis- op de eerste rang staat (VP).


Na ons van het mooie uitzicht te hebben losgescheurd zijn we de dag erna dan eindelijk naar de kust gereden. Salobreña was naar verluidt een mooie locatie om te snorkelen, vanwege kunstmatige riffen voor de kust. We waren overduidelijk te laat met arriveren, want de stad stond tot 2 straten vanaf het strand volgeparkeerd. Behalve de muur van badgasten hebben wij hier geen rif gezien en zijn 500 meter ten oosten van de stad bij een rustig strandje gaan staan. Zittend in de schaduw van het wuivende bamboe of snorkelend in het kraakheldere water; er was genoeg te doen. Aan het einde van de middag een rustiger plaats opgezocht langs de kustweg en op een rotspunt voor Castello de Ferro (geen spoor van een kasteel van ijzer, trouwens) overnacht (VP). We bleken door dezelfde rotsen geen westenwind te krijgen; oh wat was het warm.

In de ochtend was het direct al heerlijk zwemweer en dus direct het strand weer opgezocht in Lujar; heerlijk rustig en uiteraard kwamen de snorkelspullen weer tevoorschijn. Na de middag werd het toch wel erg warm en was de rijwind + airco te verkiezen boven het strand. Met de echte Spanjaarden verlieten we dus het strand en reden we verder naar het oosten. Opvallend en voor ons nieuw was de grote hoeveelheid ‘Serres’, plastic kassen die de omgeving Murcia tot de tuinbouwregio van Europa make. Van verre vergelijkbaar met sneeuw, van dichtbij rommelig en lelijk. San Jose is een mooi en geliefd plaatsje, maar evenzeer ontdekt en we zijn doorgereden naar een strand ten oosten (Playa los Escullos). Het enige wat we hier bij aankomst zagen waren oranje stukjes plastic boven het water; dat was een goed teken en niet veel later lagen onze snorkelpijpen ertussen. Wat een bijzondere ervaring door de grillige rotsbodem afgewisseld door de rijke watervegetatie en daartussen schitterende vissen, fel oranje zeesterren, zeeëgels en nog veel meer. Het is alsof je in een aquarium rondzwemt en het kan bijna tippen aan de carieb. Na een heerlijk verfrissende dag teruggegaan naar de dichstbijzijnde camperplaats Cabo de Gata camper park (CP). De online te vinden lof over deze camperstop is volledig terecht.

Inmiddels was onze vakantie ook weer aardig over de helft en begonnen we weer langzaam te denken aan de route naar het noorden. De oostkust zal ongetwijfeld verborgen pareltjes hebben, die we overgeslagen hebben tijdens de dag dat we naar Elche zijn gereden. Een lange rit, maar met een zeer hartelijk welkom op Casa Rudo (CP), een bed en breakfast annex camperplaats in eigendom van een Belgisch echtpaar. Dat wisten wij echter nog niet toen we in ons beste Engels kennismaakten ;-). Elche is een palmstad die zijn naam eer aandoet door de schitterend aangelegde tuinen en het stadspark, wat zeker bij donker de moeite waard is. Bij dag hebben wij het niet gezien omdat de temperatuur aan de tropische kant was en onze kinderen het zwembad op de camperplaats niet uit te krijgen waren. Na een tweede nacht hier te zijn gebleven werd het dan toch hoog tijd om de wielen naar het noorden te richten en vonden we ons na een lange dag rijden weer in Jaca bij de McDonalds. De kinderen verguld; de ouders iets minder.

We kwamen er hier achter dat de app van campercontact en de informatie op de website niet parallel lopen. Een geprezen parking op de Col du Pourtalet bleek niet in onze app te staan, maar ontdekten we op de website toen we via Google Earth aan het kijken waren naar een plaats om het weekend te staan. Dat bleek een schot in de roos; opnieuw een erg mooie plaats boven op een col op 1717 meter en uiteraard zonder voorzieningen. Dat camperaars ook kuddedieren zijn, was ons inmiddels al duidelijk en dus zochten we een rustige overnachtingsplaats (VP) zonder andere campers en met een schitterend uitzicht. Dat we gelijk hadden bleek uit het feit dat we er de tweede nacht met 6 “campers” stonden.



Door de hoogte was het klimaat ook wat milder en konden we nog een mooie wandeling maken door de bergen voordat we op maandag Spanje definitief achter ons lieten. Die dag legden we echter niet meer dan 7 km af; een mooie plaats (VP) aan het beekje iets voor Fabreges was zo aantrekkelijk dat we hier bleven plakken. Uiteraard volle bijval vanaf de treinzit. Er stonden nog meer “wilde” campers. Het was weer heerlijk wakker worden in het midden van bellende schapen en koeien.


Toen we de dag erna verder reden snapten we waarom we ergens gelezen hadden dat deze pas om stuurmanskunst vraagt. Het Franse deel van de pas is smal, redelijk steil en voorzien van gevaarlijk overhangende rotsen; genoeg ingrediënten om met de gemiddelde camper voorzichtig onderweg te gaan.

Via het mooie stadje Laruns en na een toeristische stop bij het meer van Dan toch eindelijk de bergen uitgereden naar een wijnboer in Monbazillac (CP). Zij hadden een interessante wandeling uitgezet in de druivenvelden en we onze kennis over druivenrassen op konden frissen. De dag erna werden we gewekt door de snelle bakker die zijn zaakjes op de camperplaats sneller had gedaan, dan wij ons konden aankleden (= oud brood gegeten).

Luant heeft een nette camperplaats waar wij de volgende dag naartoe wilden rijden. Het was een belangrijke dag omdat er wat te vieren was, maar (story of our life) alle restaurants in de omgeving waren fermé. Gemiste kans voor de lokale middenstand, en een mogelijkheid om onszelf culinair uit te dagen en dat lukte aardig.


Na een verfrissende ochtendwandeling rond een van de meren bij Luant, vertrokken. Inmiddels kwam Noord

-Frankrijk op de radar. In Reims dan toch “uit eten” geweest bij de plaatselijke wok en nadien nog een uurtje doorgereden naar Villers-Semeuse, een van de laatste stadjes voor België. We dachten hier rustig in de uiterwaarden te overnachten, wat ogenschijnlijk prima mogelijk was. Nauwelijks op één oor, bleek er een feestje in de buurt te zijn. We hadden inmiddels genoeg van Don Fadrique geleerd dat we besloten te verkassen naar het kerkplein in het centrum. Tot onze grote hilariteit bleek de muziek hier nog beter te horen en werden we om 7.10 uur de volgende morgen ook nog eens gewekt door gebeier boven ons hoofd. Een heerlijke nacht! In de ochtend nog even “voordelig” diesel ingeslagen en de oversteek naar België gemaakt.

Nog twee dagen te gaan en wat beter te doen dan het Ourthe op te zoeken in Maboge. Een rustige camperplaats direct aan het water in een pictoresk dorpje waar je mooi kunt wandelen.

Op de laatste dag hebben we ons met de camper door de Velomediane Criquielion en diverse omleidingen heengeworsteld; na nog een verfrissende duik in park Prinsenmeer in Asten zat het er weer op en kunnen we gaan nagenieten van de foto’s en plannen maken voor het nieuwe jaar. De camper heeft het prima gedaan. Hij staat inmiddels te koop omdat we het tijd vinden om een andere en jongere camper aan te schaffen en afscheid moeten nemen van onze vakantiegenoot.


Onze statistieken van 2017

Aantal gereden kilometers: 5776

Gemiddeld verbruik: 1 op 7,51

Totale tolkosten: €102,00


Overnachtingen op:

Camperplaatsen: 12

France passion: 1

Zelfgekozen plaatsen: 9

Campings: 2